Dat je in het leven faalt, dat is een feit. Iederéén faalt wel eens. Over de definitie van falen kun je natuurlijk discussiëren, want er is een grote kans dat wat jij als een persoonlijk falen ziet, een ander niet zo zou omschrijven. Maar iedereen heeft sowieso wel eens het gevoel van falen gehad of kan zich er in herkennen. Je wilde graag iets hebben, graag iets doen, een bepaalde kans krijgen of iets laten slagen, en het is je niet gelukt. Vaak schaam je je een beetje om er over te praten, want wiens schuld is het dat je hebt gefaald? In je hoofd honderd procent die van jezelf.

Als je dit onderwerp een paar jaar geleden met mij zou hebben besproken, dan had ik je tal van voorbeelden kunnen geven waarin ik had gefaald. Een baan vinden in mijn vakgebied na mijn afstuderen bijvoorbeeld: hartstikke gefaald. (Je moet hier even zo’n geluid van zo’n harde toeter bij voorstellen). Überhaupt nominaal afstuderen? Gefaald. (Toet). Voor de vijfde keer niet eens op sollicitatiegesprek mogen komen? (Toet). “Normaal” blijven: hartstikke gefaald, want ik kreeg een soort van zenuwinzinking en pff, waarom kon ik niet gewoon normaal doen? FAAL. (Toet). Nou ja, ik kan wel even doorgaan, maar mijn punt is dat ik een paar jaar geleden veel dacht in falen of slagen. Er zat niets tussenin. Ik had niet alleen gefaald, ik wás gefaald. Een belangrijk verschil.

Inmiddels ben ik heel wat liever voor mezelf en denk ik heel anders over het fenomeen falen of slagen. En dat komt goed van pas.

Al een paar jaar had ik het idee om een tweede master te gaan volgen in het buitenland. Het liefst wilde ik naar Zweden, want a) ik hou van Zweden, b) de studies zijn er gratis, c) ik vond mijn halfjaar in Lund (2012) ook super leuk, d) er zijn leuke Engelstalige studies en e) ik hou van Zweden. Eind 2018 was het eindelijk zo ver. Dit was dé tijd om me te gaan inschrijven. Hoewel ik het nog steeds best eng vond, voelde ik me weer een stuk beter en was ik er denk ik wel klaar voor. Ik ging druk in de weer met het opstellen van dossiers en motivatiebrieven en schreef me uiteindelijk in voor twee masters. Na vier maanden wachten kreeg ik op 10 april 2019 eindelijk de uitslag.

Oh, wat had ik nu graag willen schrijven dat het me was gelukt! “Hoera, ik mag een master gaan doen in Zweden!”. Ik zag mezelf al helemaal gaan. Maar nee, ik werd niet toegelaten. Ik wist dat de kans erg klein was hoor, dus daar had ik me al op voorbereid. Er schrijven zich jaarlijks enorm veel buitenlandse studenten in voor een Engelstalige master in Zweden en dit was ook nog aan een hele populaire universiteit. Technisch gezien sta ik op een wachtlijst, maar ik sta zo laag dat de kans vrijwel nihil is. Het gaat dus niet gebeuren.


(Ik vond dit wel een foto waarop het lijkt alsof ik weet wat ik aan het doen ben in het leven. En voor de persoon die mij ooit mailde met de vraag of ik tanden had: ik hoop bij deze de vraag voldoende te hebben beantwoord.)

Hoewel ik dit niet beschouw als het in elkaar storten van een grote droom, is het wel iets dat ik in het verleden zeker geclassificeerd zou hebben als een persoonlijk falen. Nu niet. Ik heb het geprobeerd, ik heb een stap gezet en gedaan wat ik kon. Het is niet mijn schuld dat ik niet ben toegelaten. Het gaat gewoon niet door en het is zoals het is. Vind ik het jammer? Absoluut, heel jammer zelfs en dat is ook best wel logisch. Ik heb best even getwijfeld over of ik er hier over zou schrijven. Toch is dat niet zozeer het gevoel dat nu overheerst. Stiekem ben ik namelijk best trots dat ik het heb geprobeerd en heb durven falen.

Iedereen faalt. Het leven is niet altijd fantastisch en tegenslagen horen erbij. Er gebeuren dingen waar je nu eenmaal geen controle over hebt. Maar het wil NOOIT zeggen dat jij als persoon bent gefaald. Hoe ga je om met falen? Je accepteert je verlies, je staat weer op en probeert het nog een keer of je gaat op zoek naar een andere manier. Het gaat er niet om hoe of waarom je bent gefaald, maar het gaat er om hoe je daarna weer opstaat. Hoe je omgaat met falen zegt zoveel meer over jou en hoe je in het leven staat en wat voor persoon je bent, dan het feit dat je “faalt”.

Iets accepteren wil trouwens niet zeggen dat je er niet meer mee bezig mag zijn. Gun jezelf de tijd om flink te balen of verdrietig te zijn, als je dat nodig hebt. Je hoeft niet meteen weer op te staan of meteen te weten hoe dat werkt. Net zoals je moest leren lopen, is leren opstaan ook een leerproces.

Aan het lijstje dat ik hierboven opnoemde is niets veranderd. Ik kan er nu zelfs nog iets aan toevoegen: niet toegelaten tot master in buitenland. Faal. (Toet). Wat er wel is veranderd is hoe ik daar nu tegen aan kijk. Ja, het is me niet gelukt. Net zoals al die andere dingen die ik al opnoemde. Maar er is me ook heel veel wél gelukt en bovendien hebben al die keren dat ik “gefaald” heb er voor gezorgd dat ik andere dingen ging proberen en ik nu ben waar ik ben. Dat ik heb gefaald, wil niet zeggen dat ik bén gefaald. Dat ik dingen niet kan, betekent niet dat ik niet goed genoeg ben.

Ga ik het nog een keer proberen? Hoe ga ik in dit geval “weer opstaan”? Dat weet ik nog niet precies. Maar dat ik daar over nadenk is voor mij nu al even goed genoeg.

Liefs!