Het is zondagochtend en ik verstuur een foto met een berichtje:

“I know it’s nothing compared to Finland, but I just have to show off a little bit: we had snow! Like REAL snow! A very rare occurrence over here! How are you doing?”

Vorig jaar februari zat ik rond deze tijd nog in Uppsala. Het contact met mijn vrienden van mijn studie verwatert langzaamaan al een klein beetje, dat is gewoon zoals het gaat. Zodra ik ook maar even denk ‘dit is leuk om te delen’ of ‘dit is een leuke aanleiding voor een gesprek’, dan probeer ik mijn telefoon erbij te pakken en stuur ik een foto of een berichtje door. De momenten dat ik een berichtje met hen uitwissel zijn de momenten waarop ik weer even besef dat ik er écht heb gezeten en dat voelt altijd best wel fijn (los van dat ik het natuurlijk gewoon fijn vind om te weten hoe het met ze gaat).

“I’m doing fine, thank you! I was just thinking about Uppsala, it’s crazy to think that it has already been a year ago that we left”, kreeg ik terug.

Als ik in mijn journal schrijf dan maak ik, zelfs nu in februari, nog vaak de fout om bovenin de rechterhoek het jaartal 2020 op te schrijven in plaats van 2021. Waar komt het toch door, dat het jaar 2020 niet helemaal echt voelt? Het is niet alsof we in dat jaar niet met z’n allen heel hard geleefd hebben. We waren ons misschien nog wel bewuster van onze sterfelijkheid dan anders.

Vanaf een uur of 13:00 komt er beweging op straat. De mensen lopen met een korte nek en voorovergebogen postuur vlak langs ons huis. Een donkerbruine labrador pup huppelt aan de overkant door de sneeuw en heeft de tijd van zijn leven. Gedurende de dag houdt mijn vriend me op de hoogte over de temperatuur en, misschien nog wel belangrijker, de gevoelstemperatuur. Het is buiten bijna -4, máár het voelt namelijk als -14. Komt door de wind, zeggen ze. Goed aankleden, dus.

De zoldertrap gaat open en er komt een vlaag van koude wind mee. Gelukkig liggen mijn snowboots voor het grijpen, toch leuk dat ze nog eens van pas komen. Dik aangekleed stappen we naar buiten en maken we wat foto’s van ons huisje in de sneeuw. Dan begint onze wandeling. Onderweg lachen we een paar keer om de (voor ons) bizarre weersomstandigheden. Het is misschien niet héél vreemd allemaal, maar zo voelt het wel.

Ja, zo voelt het wel.